• Colt @ Twitter
  • Colt @ LinkedIn
  • Colt @ Youtube
  • Coltblog
  • Colt @ Twitter
  • Colt @ LinkedIn
  • Colt @ Flickr
  • Colt @ Youtube
  • Colt @ Facebook
  • Colt @ Pinterest
  • Coltblog

Colt Blog

Portiekflat - veilig vluchten in hoge gebouwen

Posted by Stan Veldpaus on Feb 25, 2020 8:30:00 AM
Find me on:

Lineaustoren_MG_0291Onlangs ben ik betrokken geraakt bij een situatie van een portiekflat, gerealiseerd medio jaren ’50, bestaande uit 8 bouwlagen met op de begane grond de bergingen voorzien. Deze flat kenmerkt zich, zoals de naam al zegt, door het gegeven dat alle woningen aansluiten op het portiek. Dit portiek is tevens bedoeld om alle woningen te bereiken en is dus ook uitgevoerd als trappenhuis.

Alle woningdeuren grenzen dus aan dit portiek / trappenhuis. Dit trappenhuis is van cruciaal belang om het object te ontvluchten.

Al langere tijd willen we gedurende langere tijd (30 minuten) de vluchtweg garanderen. Ook in de onderhavige situatie was hier al rekening mee gehouden. Men heeft namelijk de deuren uitkomend op het portiek / trappenhuis als 30 minuten brandwerende deur voorzien en aanvullend zijn de deuren naar de bergingen zelfsluitend uitgevoerd. Hierbij dient opgemerkt te worden, dat voor zover herleidbaar,  indertijd de gedachte was dat bewoners zelf de woningdeur achter zich sluiten. De woningdeuren zijn daarom dan ook niet van een dranger voorzien. Men heeft zelfs invulling gegeven aan een bepaalde mate van redundantie. Aan de achterzijde van de woning in het balkon, is voorzien in een luik waarmee door middel van klimankers de eronder gelegen verdieping bereikt kan worden en men uiteindelijk via de ladderwagen van de brandweer gered kan worden. De voornoemde ‘2e vluchtweg’ is tot in de jaren ’90 op deze wijze voorzien.

Bouwbesluit anno nu (Bouwbesluit 2012)

In ons Bouwbesluit is voorzien dat aanwezige personen binnen een bouwwerk bij brand een veilig heenkomen moeten kunnen vinden. Kenmerken waaraan ontvluchting volgens het bouwbesluit moet voldoen zijn onder andere vastgelegd in de onderstaande artikelen.

  1. Een vluchtroute is vanaf de uitgang van het sub-brandcompartiment waarin de vluchtroute begint een extra beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein.
  2. De in het eerste lid bedoelde vluchtroute voert niet langs een beweegbaar constructieonderdeel van een andere woonfunctie dan de woonfunctie waarin de vluchtroute begint. Dit geldt niet bij de toegang van een woonfunctie die recht tegenover de toegang ligt van de woonfunctie waarin de vluchtroute begint.
  3. De in het eerste lid bedoelde vluchtroute voert niet door een trappenhuis.

In Nederland kennen wij echter veel gebouwen waarbij sprake is van meerdere woningen boven elkaar (flat) en waarbij de woningdeur (de deur van het sub-compartiment) direct aansluit op de trappenhal. Indien men wil voldoen aan het bovenstaande, heeft men in basis 2 keuzes:

  1. Men voorziet in een tweede vluchtroute
  2. De vluchtroute wordt uitgevoerd als veiligheidsvluchtroute

Dit betekent dat men vanuit de woning eerst in de buitenlucht komt alvorens men het trappenhuis betreedt. Het idee hierachter is dat er  geen rook van een brand in de woning in het trappenhuis komt en het trappenhuis dus gevrijwaard blijft van rook. Beide mogelijkheden zijn echter ingrijpend te noemen.

Uitzonderingssituatie Bouwbesluit, beschreven in artikel 4

In dit artikel wordt gesteld dat het 2e en 3e lid niet gelden indien de uitgangen van de woningen welke uitkomen op het trappenhuis direct aan het trappenhuis grenzen, op de route uitsluitend woonfuncties en nevenfuncties daarvan zijn aangewezen en de uitgang van het trappenhuis direct grenst aan het aansluitende terrein. Voorts geldt dat dit uitsluitend van toepassing is als er niet meer dan 6 woonfuncties op die route zijn aangewezen en geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 6 m boven het meetniveau, of de totale gebruiksoppervlakte van de woonfuncties die op de route zijn aangewezen ten hoogste 800 m² bedraagt, geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau en geen van die woonfuncties een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 150 m². Het voornoemde noemt men in de volksmond ook wel de portiekflatsituatie.

Brandventilatie draagt bij aan veiligheidsniveau vluchtweg

We dienen ons te realiseren dat in een woongebouw ook geslapen wordt. Er is dus sprake van een verhoogd risico. De eisen gesteld aan de functie wonen zijn dan ook in het bouwbesluit zwaarder dan de eisen welke worden gesteld aan bijvoorbeeld een kantoorfunctie.

Inmiddels vinden we dat de woningdeuren in een dergelijke situatie voorzien moeten zijn van een deurdranger omdat hiermee voorkomen wordt dat rook het portiek instroomt (Regeling Bouwbesluit 2012, Artikel 2.3)

Ik onderschrijf het nut en tevens ook de noodzaak van het toepassen van een deurdranger. Echter weten we allemaal dat een deurdranger in het dagelijkse gebruik een hinderlijk gegeven is. De wetgever heeft weliswaar de deurdranger verplicht gesteld maar er is geen mechanisme welke erop toe ziet dat de deurdranger ook daadwerkelijk functioneel is en blijft. De praktijk leert dan ook dat deurdrangers al snel door de bewoner ’buitenspel’ wordt gezet.

Ondanks het beperkt aantal woningen en dus waarschijnlijk ook het aantal bewoners wat in een portiekflatsituatie is aangewezen op het portiek  (lees: de enige vluchtweg) pleit ik voor een aanvullende maatregel in een dergelijke situatie. De praktijk heeft geleerd dat al een geringe mate van brandventilatie een grote bijdrage kan leveren aan het veiligheidsniveau van de betreffende vluchtweg.

Deze voorziening bestaat in basis uit een natuurlijke luchttoevoervoorziening (te openen deel) op laag niveau en een afvoervoorziening, hetzij natuurlijk (te openen deel / rookluik) hetzij mechanisch (brandgasventilator) op hoog niveau in het portiek. Dit brandventilatiesysteem is in basis een slapende installatie (hoe toepasselijk in een woongebouw…) en dient bij een brand te worden gewekt. Het portiek moet dus aanvullend worden voorzien in een branddetectiesysteem. Dit branddetectiesysteem detecteert de brand zodra de rook en hitte het portaal bereiken en draagt direct zorg voor het openen c.q. activeren van het brandventilatiesysteem zodat rook en hitte direct worden afgevoerd. Bijkomend voordeel van het branddetectiesysteem is dat deze gekoppeld kan worden aan een ontruimingsinstallatie. Bij brand worden dus direct de bewoners gealarmeerd.

Het brandventilatiesysteem is in basis niet hinderlijk aanwezig. Sterker nog: het systeem kan ook positief worden ingezet voor bijvoorbeeld comfortventilatie of daglichttoetreding. De bewoners hebben dus extra voordeel bij de aanwezigheid van deze installatie.

Doelmatig functioneren d.m.v. eenvoudig onderhoud

Voorwaarde voor het doelmatig functioneren van de installatie is dat de installatie in nominale staat verkeert. Hiertoe is goed beheer en onderhoud noodzakelijk. Dit betekent dus jaarlijks terugkerende vaste en soms variabele kosten.

We spreken over relatief ‘kleine’ installaties die in een kort tijdbestek op een juiste wijze onderhouden kunnen worden.  Met meer van dit soort installaties in een kleine straal van elkaar gelegen zijn er meerdere zeer effectief op een werkdag te onderhouden. Hierdoor zijn de kosten overzichtelijk en beperkt terwijl de voordelen enorm zijn.

Indien de installaties niet worden vereist en dus bovenwettelijk aanwezig zijn zal er geen sprake zijn van een verplicht inspectieregime. Toch is het aan te bevelen om gedurende de levenscyclus van het gebouw regelmatig (bijv. 1x per 3 jaar) een inspectie te laten uitvoeren. Ook hier geldt dat meerdere installaties op een korte afstand van elkaar gelegen dan op één dag geïnspecteerd kunnen worden en ook hier de kosten dus te overzien zijn. Niet dat ik wil sturen op het financiële deel van de oplossing echter zullen we ons wel moeten realiseren dat de kosten niet alleen gelegen zijn in de realisatie maar ook in het in stand houden van de installatie. Anderzijds rijst de vraag: “wat is een mensenleven waard”?

Vanuit mijn functie bij Colt International kom ik ook vaak in aanraking met projecten in België en Duitsland. Het doet mij genoegen om te zien dat hier bij wet al geregeld is dat in een trappenhuis van een beperkt aantal verdiepingen al voorzien moet worden in een Rook- en WarmteAfvoersysteem [RWA]. Weliswaar op basis van handbediening maar al met een grote toegevoegde waarde bij brand.

Meer weten over dit thema? Download onderstaand de nieuwste inzichten in ‘Streven naar optimale veiligheid voor ieder bouwwerk’.

Download de brochure Brandveiligheid

Eens sparren met onze brandveiligheidsexperts? Wij gaan graag met je in gesprek! 

 

Topics: Rookbeheersing, Brandveiligheid

Welkom op het Colt blog

Hier delen we onze kennis over klimaat in de industrie, klimaat in de utiliteit en brandveiligheid. Meld je aan voor blog updates om per e-mail een melding te ontvangen als wij hier een artikel publiceren. 

Meld je aan voor updates:

Laatste artikelen

Best gelezen blogs