RWA, Rookbeheersing, Brandveiligheid • 2 min lezen

De invloed van luchtdicht bouwen op de brandveiligheid: 3 vragen

Colt International - gepubliceerd op 12 mei 2015

NeN_6093Luchtdicht bouwen is populair. Energie-efficiënte gebouwen, extreem goed geïsoleerd zorgen voor comfort, energiebesparing en behoud van een gebouwconstructie. Kieren worden afgedicht, raamconstructies voldoen aan de hoogste isolatie-eisen en in plaats van dubbel glas wordt steeds vaker driedubbel glas gebruikt. Luchtlekken komen vrijwel niet meer voor. Maar wat is het effect hiervan op de brandveiligheid van die gebouwen? Om hier een antwoord op te vinden, nemen we een paar vragen onder de loep:

1. Is de trend luchtdicht bouwen van invloed op de ontwerpmodellen van RWA-installaties?

De ontwerpmodellen van rookbeheersingssystemen berekenen of een brand ‘brandstof beheerst’ of ‘ventilatie beheerst’ is . De basis van deze berekeningen vormt het oppervlak aan gevelopeningen. Indien het oppervlak gevelopeningen te klein is om de benodigde zuurstof voor de brand aan te voeren noemt men de brand ‘ventilatie beheerst’..

Het model gaat er vanuit dat alle gevelopeningen (ramen, deuren, etc.) snel en volledig bezwijken in het geval van brand en dat er vervolgens verse lucht de brandruimte in stroomt. Dit zorgt voor aanvoer van zuurstof en verkoeling van de verbrandingsgassen. Bij de tegenwoordig toegepaste raam- en deurconstructies is het maar de vraag of deze bij een beginnende brand snel en/of volledig zullen bezwijken.

Door luchtdicht bouwen is de kans op een ‘ventilatie beheerste’ brand dus groter. Het is zelfs mogelijk dat een brand in de praktijk ‘ventilatie beheerst’ is terwijl er uit de ontwerpberekening geconcludeerd is dat er een ‘brandstof beheerste’ brand zou plaats vinden wanneer er minder gevelopeningen bezwijken bij brand dan in de ontwerpberekening van de RWA-installatie is ingevoerd. Ervaring leert dat een ‘ventilatie beheerste’ brand in de regel leidt tot iets hogere rooklaag temperaturen en een groter massadebiet rook. In ieder geval iets om rekening mee te houden.

2. Leidt een luchtdicht gebouw tot gevaarlijkere rook?

Rook is gevaarlijk, van welke brand deze ook afkomstig is. Het is echter wel zo dat de rookgassen afkomstig van een ‘ventilatie beheerste’ brand meer koolstofmonoxide en roetdeeltjes bevatten. Het tekort aan zuurstof zorgt voor een onvolledige verbranding waardoor de rook dus giftiger is en bovendien het zicht meer belemmert. Daarnaast heeft rook die bestaat uit onvolledig verbrandde roetdeeltjes een kans op "backdraught". Een effect dat de inzet van de brandweer bemoeilijkt. Omdat de kans op een ‘ventilatie beheerste’ brand groter is in een luchtdicht gebouw, is de kans op gevaarlijkere rook hier ook groter.

3. Zijn de normen nog van deze tijd?

De grondslag van de huidige rekenmodellen stamt uit de jaren 60 van de vorige eeuw (Technical Paper 7 & 10). De NEN 6093, gebaseerd op deze Technical Paper 7 & 10, is geschreven in 1995 en in 2004 aangevuld met het Wijzigingsblad A1. Het vultijdenmodel dateert uit 1996. Deze rekenmodellen zijn relatief oud. Zaken als het gedrag van driedubbel glas bij brand is destijds hierin niet meegenomen. Een rekenmodel dat in het geval van brand alle gevelopeningen van een nevenruimte volledig laat bezwijken roept tegenwoordig echter wel vragen op bij toetsende instanties. Het zou wenselijk zijn om ontwikkelingen in de wijze van bouwen te verwerken in de genoemde ontwerpmodellen. Zoals bijvoorbeeld in het glas voorbeeld om, afhankelijk van het toegepaste glas, een percentage van de gevelopeningen niet te laten bezwijken.

Oproep aan de markt

Het is tijd voor de verschillende marktpartijen en belanghebbenden om zich samen sterk te maken voor herziening / modernisering van ontwerpnormen van rookbeheersingssystemen. Wie sluit zich aan?

 

Case Study De La Salle

 

 

Picture of Colt International

Colt International