Zorginstellingen en brandveiligheid

Erik Peeters | 14 maart 2022

Brandveiligheid, of beter gezegd het ontbreken ervan, levert veel zorginstellingen en eigenaren van gelieerde gebouwen kopzorgen op. Zorginstellingen, toezichthouders en de veiligheidsregio van Amsterdam gaan de brandveiligheid op een fundamenteel andere wijze vormgeven, zo is afgesproken in een convenant dat in april 2021 is getekend. Van ongenuanceerd moeten voldoen aan wettelijke regels, naar een gewogen brandveiligheidsniveau dat past bij de gebruikersgroep van een gebouw.  (Bron: brandveilig.com - 10 januari 2022)

Een van de belangrijkste veroorzakers van gewonden en slachtoffers bij brand is rook. Zo ook bij zorginstellingen of hieraan aanverwante gebouwen. De inzet van rookbeheersingsinstallaties passend bij de gebruikersgroep kan hierbij een goede rol spelen. Bij zorginstellingen kan met name gedacht worden aan de onderstaande 4 toepassingsgebieden:

1. Atria; rook- en warmte afvoer (RWA-installaties)  
2. Galerijafsluitingen; RWA-installaties
3. Trappenhuizen; overdrukinstallaties  
4. Portiekflatsituaties; RWA- en overdrukinstallaties 

Doelstelling van al deze installaties is het garanderen van een veilige ontvluchting en ontruiming van het gebouw en zorgen voor een voldoende mate van veiligheid voor hulpverleners. Daarbij kan eventueel onderscheid gemaakt worden tussen situaties waarbij al dan niet sprake is van het “stay in place-concept”, waarbij bewoners bij een brand zo lang als mogelijk veilig in hun woning/appartement verblijven. Ook hierbij is het van groot belang om een veilige ontvluchting en ontruiming te kunnen realiseren op het moment dat dit nodig is zonder overlast van grote hoeveelheden rook als gevolg van brand.

1. Atria

Door toepassing van een RWA-installatie, waarbij rook en warmte worden weg geventileerd, wordt aan de aanwezige personen de mogelijkheid geboden om veilig te ontvluchten en worden hulpverleners ondersteund bij het goed kunnen uitvoeren van hun taak. Hierbij is het van groot belang om de Bouwkundige, Installatietechnische en Organisatorische maatregelen (BIO) op elkaar af te stemmen zodoende te komen tot een gewogen brandveiligheidsniveau dat past bij de gebruikersgroep van het gebouw.

Download hier onze Whitepaper Doelmatig Rookvrij Atrium

2. Galerijafsluitingen

Vanuit het oogpunt van comfort en verduurzaming komt het veelvuldig voor dat galerijen van een woongebouw voorzien zijn of worden van een gevel aan de buitenzijde. Door de aanwezigheid van deze gevel aan de buitenzijde moeten de galerijen worden aangemerkt als besloten ruimte. 

Dit betekent dat op basis van het Bouwbesluit 2012 de galerijen worden aangemerkt als  extra beschermde vluchtroute. De woningen grenzend aan de galerijen worden aangemerkt als brandcompartiment. Vanuit een brandcompartiment naar een extra beschermde vluchtroute geldt een WBDBO-eis van 30 minuten. Op het moment dat niet wordt voldaan aan deze eis voor de binnen gevels grenzend aan de galerijen zijn er twee principiële oplossingsrichtingen om alsnog te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. 

1. De woninggevels alsnog brandwerend uitvoeren. 
2. De buitengevels van de galerijen als te openen gevel uit voeren bij een brand zodat de galerij niet-besloten wordt. (RWA-installatie)

Daarbij kan ook een combinatie van die maatregelen worden overwogen om niet alleen een veilige ontvluchting maar ook een veilige ontruiming na brand zonder overlast van rook te kunnen realiseren. 

Download hier onze Whitepaper Brandveiligheid bij Galerijafsluitingen.

3. Trappenhuizen

Trappenhuizen moeten gedurende de gehele ontvluchtingstijd voor een veilige verticale ontvluchting zorgen. Trappenhuizen dienen daarom gevrijwaard te zijn van brandbare materialen, afgeschermd te zijn van aangrenzende ruimte. Tevens dienen de e toegangen zelfsluitend te zijn uitgevoerd. Ondanks al deze maatregelen geldt ook voor trappenhuizen dat rook een grote bedreiging kan vormen.

Rook dringt door kieren en geopende deuren het trappenhuis binnen en frustreert op deze wijze een veilige ontvluchting en/of ontruiming. Hierbij kan een overdrukinstallatie uitkomst bieden. Door op een mechanische wijze lucht het trappenhuis in te pompen, wordt de rook verdrongen. De overdruk draagt zorg voor het tegenhouden van de rook en zorgt, ook bij het openen van een deur, dat geen rook het trappenhuis binnendringt.
 

Download hier ons projectvoorbeeld Linneaustoren te Zaandam

4. Portiekflats

In Nederland kennen we veel gestapelde woningen(flats) waarbij de woningdeur (de deur van het sub-compartiment) direct aansluit op de trappenhal. Per 1 juli 2020 is in het bouwbesluit gesteld dat ook de woningdeuren in een dergelijke situatie voorzien moeten zijn van een deurdranger. Hiermee wordt voorkomen dat rook de portiek instroomt.  

Ondanks het beperkt aantal woningen en dus waarschijnlijk ook het aantal bewoners dat in een portiekflatsituatie is aangewezen op de portiek (lees: de enige vluchtweg) leert de praktijk dat rookbeheersing een grote bijdrage kan leveren aan het veiligheidsniveau van de betreffende vluchtweg. De praktijk leert dat een geringe mate van verroken van de ruimte leidt tot verminderd zicht en dus verslechtering van de vluchtomstandigheden. Daarbij zijn 2 oplossingsrichtingen mogelijk:
1. Toepassing van een RWA-installatie  
2. Toepassing van een overdrukinstallatie 

Voor meer informatie verwijzen wij u naar onze blog Veilige ontvluchting bij portiekflats. 

Samenvattend

De toepassing van rookbeheersingsinstallaties kan van grote toegevoegde waarde zijn bij de invulling van maatregelen om een gewogen brandveiligheidsniveau te realiseren dat past bij de gebruikersgroep van een gebouw/zorginstelling. Hiermee creëren we een goede omgeving voor het veilig vluchten en ontruimen en voorzien we in voldoende mate van veiligheid voor hulpverleners.

Erik Peeters
Erik Peeters
Commercieel Manager Brandveiligheid
Stuur een mail