projecta0302.jpg
RWA, Brandveiligheid • 6 min lezen

Bestaande RWA systemen certificeren? Dit is de oplossing

Stan Veldpaus - gepubliceerd op 21 november 2017

projecta0302.jpgRook- en warmteafvoersystemen zijn sinds de jaren ‘60 veel toegepaste brandveiligheidsinstallaties. Sinds die tijd is er ook veel veranderd op het gebied van normering en eisen — het Bouwbesluit 2012 bevat de laatste voorschriften waaraan voldaan moet worden.

Hierin staat dat elke brandveiligheidsinstallatie — en dus ook een RWA systeem — voorzien moet zijn van een inspectiecertificaat. In de praktijk blijkt echter dat — op basis van de nieuwe voorschriften — slechts een handjevol bestaande RWA installaties in aanmerking komt voor een certificaat. Terwijl het wel verplicht is.

In de praktijk merk ik dat dit een enorm hoofdpijndossier is — iedereen op wie dit van toepassing is wil namelijk wel aan de eisen voldoen, maar kan dat niet. Een andere oplossing is dus noodzakelijk. En die wil ik graag met je delen.


Een duik in de geschiedenis van RWA systemen

Voordat ik dieper inga op de oplossing die in onze ogen de ontstane situatie voor alle betrokken partijen het best past, duik ik eerst even de geschiedenis in.

Waarom? Dan is direct duidelijk hoe de huidige situatie is ontstaan en waarom de aangedragen oplossing zo geschikt is.

Zoals gezegd kennen wij sinds de jaren ‘60 rook- en warmteafvoersystemen. In de jaren ‘70 en ‘80 (met een kleine uitloop naar de jaren ‘90) werd de brandveiligheid van gebouwen lokaal geregeld door de eigenaar, de architect en de brandweercommandant — vaak op basis van de lokale bouwverordening.

De brandweer zag in die tijd dat bij toepassing van RWA systemen in de meeste situaties meer tijd beschikbaar was voor bestrijding; meer zicht op de brandhaard, de flashover werd uitgesteld of zelfs voorkomen en de bouwconstructies werden grotendeels bespaard.

Door de erkenning van deze positieve effecten werden RWA eenheden dan ook door de lokale brandweer geëist. Ondanks dat ze zich realiseerden dat de toegevoegde waarde van een dergelijk systeem niet in elk brandscenario even groot was.

Dit lokale karakter verandert in een nationaal karakter wanneer de brandweer algemeen gaat eisen dat industriële panden met een brandcompartiment dat groter is dan 2.500 m² voorzien moeten zijn van een RWA systeem aangestuurd vanuit een brandmeldinstallatie. En ook in het kader van ontvluchting werden steeds vaker RWA systemen toegepast.

In 1992 verschijnt het eerste Bouwbesluit. In dit document zijn de eisen ten aanzien van maximale vluchtweg lengte en brandcompartiment grootte vastgelegd. Hoewel er in dit Bouwbesluit geen specifieke normen en eisen zijn vastgelegd voor RWA installaties, hield de brandweer nog lang vast aan de eerder genoemde staffel voor brandcompartiment grootte.

Regelgevend Nederland vond echter dat de brandweer niet zomaar staffels mocht toepassen, maar erkende dat de markt behoefte had aan grotere brandcompartimenten. En daarmee was ‘Beheersbaarheid van Brand’ een feit.

Hoewel er in dit model een bescheiden rol voor RWA is, is wel vastgelegd dat een RWA systeem de gevolgen van elk scenario — dus ook een worst case scenario — moet kunnen beheersen. Werd RWA als een voorziening toegepast dan werd dit vaak in de bouw- of gebruiksvergunning verankerd.

Met het uitkomen van het Bouwbesluit 2012 kwam echter de verplichting dat elke vergunningsplichtige brandveiligheidsinstallatie voorzien moet zijn van een inspectiecertificaat — ook oudere installaties. En daar beginnen de problemen..


De problemen rondom certificering van bestaande installaties

Een inspectiecertificaat voor een RWA installatie wordt verstrekt op basis van een afgeleide doelstelling — voor welk doel is de RWA aangebracht. Helaas is er in de eerste jaren slechts sprake van twee afgeleide doelstellingen:

  • Ondersteuning van de brandweerinzet
  • Ondersteuning ten behoeve van de ontvluchting

Vanaf oktober 2017 zijn er hier twee aanvullende doelstellingen aan toegevoegd:

  • Nazorg (geldt uitsluitend voor ventilatiesystemen in parkeergarages
  • Schadebeperking

Een ISO17020 type A geaccrediteerde inspectie-instelling voert de inspectie uit en toetst op basis van de beoordeling van het ontwerp en initiële inspectie of de RWA installatie het doel realiseert. Dit moet gebeuren op basis van de geldende normen.

Helaas geldt voor veel bestaande installaties dat belangrijke informatie verloren is gegaan — en de uitgangspunten dus niet herleidbaar zijn. Een inspectie-instelling toetst een installatie uit het verleden met de kennis van 2017. En dat is niet eerlijk.


Waarom installaties uit het verleden niet met de kennis van 2017 beoordeeld moeten worden

Een voorbeeld:

In 1990 achtte de brandweer zich zo goed georganiseerd dat ze durfden te stellen dat ze binnen tien minuten na het ontstaan van de brand op locatie konden zijn. Een RWA installatie uit die tijd is dan ook gebaseerd op deze uitbreidingstijd.

Anno 2017 is de brandweer echter van mening dat het al moeilijk genoeg is om binnen twintig minuten water op het vuur te hebben. Dat betekent dat een RWA installatie gedurende deze twintig minuten de gevolgen moet beheersen, terwijl het systeem op basis van 10 minuten is geïnstalleerd. En daarmee volgt afkeur van het systeem.

De consequentie is dat er maar weinig bestaande systemen gecertificeerd kunnen worden — ondanks dat ze technisch in goede staat verkeren en de systemen goed zijn ontwerpen met de kennis en uitgangspunten van toen. En daarmee kunnen ze wel degelijk een grote meerwaarde hebben. 

Het afkeuren van die installaties komt door de volgende factoren::

  • Er zijn onvoldoende afgeleide doelstellingen
  • De uitgangspunten zijn niet altijd herleidbaar
  • De inspectie-instelling toetst met de kennis en normen van nu
  • Uitgangspunten zijn gewijzigd en daardoor verwacht men effecten van de installatie die niet verwacht mogen worden

En wanneer een installatie niet van een inspectiecertficaat wordt voorzien dan is de gebruiker in gebreke — en dit kan men juridisch gezien aanduiden als een economisch delict.

Hoewel er gezocht wordt naar oplossingen is het lastig om deze te vinden vanwege de houding van instanties, regelgevers en bevoegd gezag. Met als gevolg dat er wordt gezocht naar een uitweg die vervolgens gevonden wordt in concepten waarbinnen een RWA systeem geen rol meer vervuld. En daarmee daalt het brandveiligheidsniveau — met name omdat gebruikers de installatie dan niet meer onderhouden en zelfs buitenspel zetten.

Dat kan toch nooit de bedoeling zijn geweest?


De oplossing: een vijfde afgeleide doelstelling

Ik pleit dan ook voor een vijfde afgeleide doelstelling: ‘het creëren van aanvullende mogelijkheden om een beginnende brand te beperken’.

De bedoeling hiervan is dat in kaart wordt gebracht wat men anno 2017 van de bestaande RWA installatie mag verwachten. Dit wordt vervolgens duidelijk geformuleerd en zeer herkenbaar op het certificaat overgenomen. Daarmee slaan we twee vliegen in één klap:

  • De gebruiker voldoet aan de gestelde eisen
  • En heeft inzage in het brandveiligheidsniveau van het gebouw.

Op basis hiervan kan hij of zij vervolgens zelf bepalen of dit voldoende is.

Vergelijk het met de autogordel. In de jaren ‘60 was een autogordel niet verplicht. Rij je in een auto welke in die periode is gebouwd dan mag je hier ‘gewoon’ in rijden. Daarmee loop je een hoger risico op letsel in geval van een ongeluk. Maar je hebt zelf de keuze dit risico te accepteren of te investeren in een autogordel. Zo zou het ook met bestaande, verouderde RWA systemen moeten zijn.


Kom tot een geldig inspectiecertificaat

Het certificeren van brandveiligheidsinstallaties — en niet alleen bestaande — blijkt sowieso vaak een lastig te nemen horde zijn. Ondanks het feit dat het verplicht is. En daarmee wordt het als een last gezien — wat in onze ogen niet geheel terecht is.

Wil je weten hoe je aan alle eisen rondom inspectiecertificering kunt voldoen om tot een geldig inspectiecertificaat te komen? Download dan het whitepaper dat wij hierover schreven.

 

New Call-to-action

Picture of Stan Veldpaus

Stan Veldpaus