Rookbeheersing, Brandveiligheid • 4 min lezen

Aan welke veiligheidseisen moeten de vluchtroutes van een wokkeltrappenhuis voldoen?

Stan Veldpaus - gepubliceerd op 21 april 2020

wokkeltrappenhuisOnlangs heb ik het al over de vluchtroutes in portiekflats gehad. Portiekflats zijn de laatste tijd veel in het nieuws geweest waarbij de vluchtroutes niet altijd even veilig bleken te zijn. Een ander voorbeeld in dit gebied is het wokkeltrappenhuis. Dit is in feite een trappenhuis met twee trappenhuizen in één. Een dergelijk trappenhuis heeft twee aparte (vlucht)routes die brandwerend van elkaar gescheiden zijn. Hierbij draaien dus twee trappenhuizen volledig brandwerend als een wokkel om elkaar heen. Maar welke veiligheidseisen zijn hiervoor opgesteld?

Een voorportaal is niet altijd de (gewenste) oplossing

Conform het Bouwbesluit dient in hoogbouw via tenminste twee vluchtwegen in verticale richting te kunnen worden ontvlucht. Een wokkeltrappenhuis is hiervoor een ingenieuze, relatief weinig ruimte innemende, oplossing. Maar ook voor wokkeltrappenhuizen geldt dat deze, mocht het hoogste vloer verblijfsgebied gelegen zijn op hoger dan 20 meter, het trappenhuis voorzien moet zijn van een voorportaal.

Echter, is dit voorportaal veelal niet gewenst. Ook hier kan een overdrukinstallatie een gelijkwaardige oplossing bieden. Het overdruksysteem wordt derhalve als gelijkwaardig beschouwd op het ontbreken van het voorportaal.

De wetgeving in het Bouwbesluit 2012

Het Bouwbesluit 2012 geldt voor gebouwen tot 70 m. Voor gebouwen langer dan 70 meter heeft de Stichting Bouwresearch (SBR) een document opgesteld met daarin opgenomen aanbevelingen te komen tot een veilig gebouw (“handreiking brandveiligheid in hoge gebouwen” (SBRCURnet)). Hierbij geldt voor trappenhuizen dat er en in een voorportaal en in een overdrukinstallatie voorzien moet worden. De aanbeveling verwijst voor het ontwerpen van de overdrukinstallatie naar de Europese norm NEN-EN12.101-6. Deze norm baseert het ontwerp van de overdrukinstallatie en derhalve de prestatie die de overdrukinstallatie moet leveren, op het gebruik van het gebouw en het ontruimingsconcept, dus de wijze van benutten van het trappenhuis. Het type installatie wordt vervolgens geclassificeerd als Class A, Class B, Class C, Class D, Class E en Class F.

Als voorbeeld beschouwen wij onderstaand Class D. Hierbij gaat de norm EN12.101-6 uit van een gebouw waarin geslapen wordt en waarbij de gebruikers onbekend zijn met de omgeving (bijvoorbeeld een hotel).

De prestatie die de overdrukinstallatie moet leveren bedraagt:

  • luchtsnelheid > 0,75 m/s over de geopende deur naar de aangrenzende ruimte (veelal de hal);
  • te realiseren drukverschil 10 Pa waarbij de deur naar buiten en een deur naar een “niet met brand belaste” bouwlaag is geopend;
  • te realiseren drukverschil 50 Pa bij gesloten deuren.

De prestatie wordt overzichtelijk weergegeven in genoemde norm, zie onderstaande afbeelding:

rbs-prestatie-klassed

Maar zoals gesteld, elke klasse kent haar eigen te leveren prestatie.

Ontruimingsconcepten kunnen afwijken van de norm

De genoemde handreiking “brandveiligheid in hoge gebouwen” wijkt enigszins af in haar keuzes met betrekking tot de classificering in relatie tot het gebruik van het object.

De publicatie onderscheidt vier ontruimingsconcepten (A t/m D). Elk ontruimingsconcept, behoudens ontruimingsconcept D, wordt gekoppeld met een systeemklasse uit genoemde norm (ontruimingsconcept D behelst het gedeeltelijk ontruimen van een gebouw, hetgeen nog niet gebruikelijk is in Nederland om toe te passen).

Ik noemde net al even dat de publicatie afwijkt van de norm. Zo wordt (overdruk)systeemklasse D binnen de handreiking bij woonfuncties toegepast (daar waar de norm systeem klasse D juist inzet in omgevingen waar de gebruiker minder bekend is met deze omgeving).

Voor kantoor- en logiesfuncties (zoals bijvoorbeeld hotels) stelt de publicatie dat voorzien dient te worden in systeemklasse B. Systeemklasse B kenmerkt zich doordat hier ook rekening wordt gehouden met het gebruik van het trappenhuis ten behoeve van inzet brandweer.

De prestatie-eisen, te leveren door een klasse B installatie, kenmerken zich door het gegeven dat men ervan uitgaat dat deuren van het trappenhuis langdurig open staan (verkeersbewegingen door brandweer, blusmiddelen in deuropening) en door het gegeven dat een luchtsnelheid ad 2 m/s gerealiseerd dient te worden over de deur welke toegang verleent tot de brandruimte.

In de praktijk betekent dit dat het overdruksysteem grote luchtvolumes dient te verplaatsen. Debieten tot wel 80.000 m3/h en hoger zijn hierbij geen uitzondering.

Voor het goed functioneren van een overdrukinstallatie mag de overdrukruimte, conform NPR6095-2:2012, niet hoger zijn dan 50 meter. Er moet dus bij hogere overdrukruimten een “bouwkundige knip” in het trappenhuis worden gelegd (het trappenhuis dient in de hoogte gezien in twee of meer volumes van maximaal 50 m hoogte worden onderverdeeld).

Voorts dient opgemerkt te worden dat EN12.101-6 is gedeharmoniseerd. We hebben dus eigenlijk niet de beschikking over een geldende norm. Echter, adviseer ik de genoemde norm zoveel mogelijk te blijven gebruiken totdat er een nieuwe norm in voorhanden is. Wel in combinatie met de Nederlandse praktijkrichtlijn NPR6095-2. Deze praktijkrichtlijn omvat met name aanbevelingen voor het installeren van een overdrukinstallatie.

 

Het advies over de luchtverdeling in een wokkeltrappenhuis

Terug naar het wokkeltrappenhuis. NEN-EN 12.101-6 alsmede NPR6095-2 geven aan om tenminste om de drie verdiepingen lucht in te blazen teneinde een goede luchtverdeling in de overdrukruimte te bewerkstelligen en hiermee op elke verdieping de prestatie te kunnen leveren. Voor een wokkeltrappenhuis geldt, ten gevolge van de geometrie, veelal dat er niet om een oneven aantal verdiepingen ingeblazen kan worden. Hier adviseren wij daarom niet te kiezen voor inblazen om de vier, maar om de twee verdiepingen.

Ook is het aanbevolen het voorportaal op overdruk te zetten. Dit kan relatief eenvoudig door te voorzien in een rozet tussen trappenhuis en voorportaal. De druk in het voorportaal mag 5 Pa lager zijn dan het drukverschil tussen brandruimte en trappenhuis. Het rozet dient wel te sluiten bij te hoge temperatuur, immers de wand tussen wokkel en voorportaal dient brandwerend te zijn.

Wil je eens sparren over dit onderwerp? Neem dan contact op met een van onze specialisten. Of bekijk het whitepaper overdrukinstallaties hier.

New Call-to-action

 

 

Picture of Stan Veldpaus

Stan Veldpaus